Nederlandse Zorgautoriteit: "Ruim 27.000 mensen wachten te lang op ggz"

Nederlandse Zorgautoriteit: "Ruim 27.000 mensen wachten te lang op ggz"

In mei dit jaar wachtten in totaal 75 duizend mensen op geestelijke gezondheidszorg. En ruim 27 duizend mensen wachtten langer dan de afgesproken maximale wachttijd. Dit heeft de Nederlandse Zorgautoriteit maandag 12 juli in een rapportage over de wachttijden en, voor het eerst, het aantal wachtenden in de ggz gepubliceerd. MIND vindt het onacceptabel dat na al die jaren roepen dat het echt anders moet en beloven dat het anders wordt, er feitelijk niets is opgelost.

Lange wachttijd voor een intake

Sinds begin 2021 zijn ggz-aanbieders verplicht om naast de wachttijden ook het aantal mensen dat bij hen wachten op zorg, te registeren. Daardoor is naast de wachttijden nu ook zichtbaar hoeveel mensen op zorg in de ggz wachten. De gepubliceerde cijfers laten zien dat nog steeds schrikbarend veel mensen te lang wachten op ggz. Wij maken ons dan ook grote zorgen, vooral omdat blijkt dat heel veel mensen langer wachten op een intake dan de afgesproken wachttijd van 4 weken. Bijna 20.000 mensen moesten in mei gemiddeld 10 tot 12 weken wachten op hun intake gesprek. De afspraak van vier weken is er niet voor niets; de vraag om hulp komt meestal pas als het écht niet anders meer kan.

Aanpak wachttijden levert geen verbetering

Ruim 11 jaar geleden hebben we met VWS, zorgverzekeraars en de ggz maximale wachttijden afgesproken, de zogeheten ‘treeknormen’. Deze normen zijn sindsdien echter structureel niet gehaald. In 2017 werden opnieuw afspraken gemaakt om de aanpak van de wachttijden te intensiveren, onder andere door de wachttijden per regio, aandoening en instelling inzichtelijk te maken en taskforces per regio in te voeren. Nu, vier jaar verder, blijkt dat dit alles niets heeft opgeleverd.

Vraag en aanbod

Om de wachttijden terug te dringen, moeten zorgverzekeraars en aanbieders nog beter met elkaar de vraag naar zorg en het aanbod van zorg bij elkaar brengen en regelen dat mensen ergens terecht kunnen. Het nieuwe inzicht in de aantallen laat goed zien waar er een verdeel-probleem is en waar er echt te weinig zorgaanbod voor bepaalde diagnoses is. 

Minder instroom en betere uitstroom

Een deel van de oplossing ligt ook buiten de ggz en de zorgverzekeraars; het voorkomen van instroom in de ggz en het verbeteren van de uitstroom uit de ggz. We moeten zoveel mogelijk voorkomen dat mensen zorg nodig hebben, door in te zetten op preventie. Dat is een collectieve opgave die moet doorklinken in ons onderwijs, ons werk, ons financiële beleid, ons wonen en andere aspecten van het leven. En tegelijkertijd moeten we zorgen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid terecht kunnen bij laagdrempelige voorzieningen in de wijk zodat toename van klachten of terugval kan worden voorkomen. De samenhang tussen zorg en andere voorziening ontbreekt te vaak en sturing hierop is noodzakelijk.