Diagnose van een dissociatieve stoornis

Diagnose van een dissociatieve stoornis

Een dissociatieve stoornis wordt gediagnosticeerd door een psychiater of psycholoog. De belangrijkste methoden om dit te onderzoeken zijn psychologische testen (bijvoorbeeld de SCID-D) en gesprekken. In de praktijk blijken veel lotgenoten al meerdere diagnoses (bijvoorbeeld sociale fobie, AD(H)D, borderline, bipolaire stoornis of een posttraumatische stress-stoornis) te hebben gekregen voor zij te horen krijgen dat er hoogstwaarschijnlijk sprake is van een dissociatieve stoornis.

In Nederland en België wordt voor de diagnosestelling vrijwel altijd gebruik gemaakt van de criteria in de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). In mei 2013 is de vijfde versie van de DSM geïntroduceerd, en begin 2014 verschijnt naar verwachting de Nederlandse vertaling. De vorige versie (DSM-IV-TR) wordt echter nog het meest gebruikt. Deze versie beschrijft verschillende dissociatieve symptomen, op basis waarvan 5 dissociatieve stoornissen zijn geformuleerd.

De dissociatieve symptomen (kenmerken of klachten) zijn:

  • Depersonalisatie: iemand ervaart zijn/ haar eigen lichaam als onecht, vreemd of niet vertrouwd.
  • Derealisatie: de (bekende) omgeving wordt als vreemd, onecht of niet vertrouwd ervaren.
  • Amnesie: geheugenverlies of -problemen, bijvoorbeeld wanneer iemand zich bepaalde gebeurtenissen of belangrijke persoonlijke informatie niet kan herinneren.
  • Identiteitsverwarring: iemand weet niet goed wie hij is, en/of vind het moeilijk om zichzelf te karakteriseren.
  • Identiteitswijziging: er vindt een verschuiving plaats in de identiteit: het gedrag is zo anders, dat het opvallend is voor de omgeving.

Op basis van onder andere deze symptomen zijn er 5 dissociatieve stoornissen vastgesteld:

  • Dissociatieve amnesie
  • Dissociatieve fugue
  • Dissociatieve identiteitsstoornis
  • Depersonalisatiestoornis
  • Dissociatieve stoornis NAO (Niet Anderszins Omschreven)

Een karakterisering van elk van deze stoornissen is als volgt, waarbij ook de relevante symptomen en hun ernst worden beschreven (bron: Ememo).

Dissociatieve Amnesie
Patiënten met dissociatieve amnesie zijn tijdelijk belangrijke ervaringen en gebeurtenissen of belangrijke persoonlijke informatie vergeten. Dit vergeten strekt verder dan normale vergeetachtigheid en kan niet worden toegeschreven aan een neurologische oorzaak of een tijdelijke bewustzijnsdaling. Het kan voorkomen bij mensen die een traumatische gebeurtenis meemaken, zoals in oorlogssituaties, mensen die te horen krijgen dat ze zeer ernstig ziek zijn, slachtoffers van natuurrampen e.d. Deze vorm van tijdelijke amnesie komt veelvuldig voor.
-> De identiteitsverwarring en depersonalisatie, derealisatie is mild tot gematigd.

Dissociatieve Fugue

Iemand met deze stoornis reist onverwacht naar een nieuwe bestemming, waarbij hij het besef kwijt is wie hij is, waar hij woont, wat hij doet voor de kost, wie zijn naasten zijn en wat zijn levensverhaal is. Hij of zij kan plotseling een andere identiteit aannemen en een nieuw leven opbouwen, zonder herinnering aan het leven daarvoor. De dissociatieve fugue als stoornis komt zelden voor.
-> De identiteitswijziging en amnesie zijn gematigd tot ernstig, de identiteitsverwarring mild tot gematigd.

Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS)

DIS is de meest complexe dissociatieve stoornis. De deling van de persoonlijkheid strekt verder dan die bij de andere dissociatieve stoornissen. De dissociatieve persoonlijkheidsdelen of “identiteiten” zijn zo sterk ontwikkeld dat zij een eigen zelfbewustzijn hebben en afwisselend de controle over iemands gedrag en bewustzijn uitoefenen. Zij hebben een eigen besef van identiteit. Ernstige amnesie betekent dat een deel zich niet bewust hoeft te zijn van wat er gebeurt als een ander deel de controle heeft. De amnesie kan éénzijdig of wederkerig zijn. Bij wederkerige amnesie hebben de delen geen of een gebrekkig besef van elkaars herinneringen en ervaringen. Bij eenzijdige amnesie ontbreekt dit besef bij één deel, maar is het min of meer intact bij een ander deel. Bij ernstige deling van de persoonlijkheid omvatten sommige persoonlijkheidsdelen slechts een zeer beperkt aantal herinneringen en ervaringen.
Een DIS kan samengaan met bijkomende klachten en symptomen zoals amnesie, depressie, angst- en paniekaanvallen, suïcideneigingen en -pogingen, automutilatie, hoofdpijn, somatische klachten, slaapstoornissen, fobieën, alcohol- en drugsmisbruik, eetstoornissen en obsessief compulsief gedrag. Het kan zijn dat deze klachten en symptomen alleen maar tot uitdrukking komen als een bepaald persoonlijkheidsdeel de controle uitoefent over het gedrag, de gedachten en gevoelens. Bijna ieder die te kampen heeft met een DIS streeft er naar, om de amnesie en emotionele dissociatieve delen verborgen te houden voor anderen en slechts weinigen zullen openlijk switchen tussen de verschillende persoonlijkheidsdelen op een manier die vaak geportretteerd wordt op de televisie en in films.
-> De amnesie, identiteitsverwarring, identiteitswijziging, depersonalisatie en derealisatie zijn gematigd tot ernstig.

Depersonalisatie Stoornis

Deze patiënten ervaren periodiek het eigen lichaam als vreemd, niet vertrouwd, of niet echt. Wanneer zij naar zichzelf kijken komt het hen voor dat ze naar een film kijken. Zij hebben vaak het gevoel te handelen als een automaat of robot. Gevoel is een psycho-fysiologische ervaring zodat mensen geen gevoelens kunnen ervaren zonder lichamelijke sensaties en depersonalisatie verhindert de verwerking van lichamelijke gevoelens.
Derealisatie is een symptoom waarbij iemand de omgeving als vreemd, vager, op afstand of als niet vertrouwd ervaart. Het kan lijken alsof je in een glazen stulp zit, de buitenwereld komt als raar of onecht over.
-> De depersonalisatie en derealisatie zijn gematigd tot ernstig, de identiteitsverwarring mild tot gematigd.

Dissociatieve Stoornis Niet Anderszins Omschreven (DSNAO)

DSNAO vormt de restcategorie onder de dissociatieve stoornissen, waartoe in de praktijk meestal die gevallen worden gerekend die lijken op een DIS, maar niet voldoen aan de criteria voor een DIS. Bij patiënten met een DSNAO zijn de persoonlijkheidsdelen niet zover ontwikkeld dat zij de touwtjes volledig in handen nemen. Zij werken als het ware van achter de schermen. Niet alle maar veel van deze patiënten worden later alsnog gediagnosticeerd als DIS.
-> De identiteitsverwarring, depersonalisatie en derealisatie zijn gematigd tot ernstig, de identiteitswijziging en amnesie mild tot gematigd.

Lees hier het overzicht van de criteria zoals deze beschreven zijn in de DSM-IV-TR.