De SCID-D is een diagnose-instrument voor het vaststellen van een dissociatieve stoornis volgens de criteria van de DSM-IV. Het is bedoeld om gebruikt te worden door professionele hulpverleners, die opgeleid en in staat zijn om psychiatrische diagnoses te stellen.
Met het definiëren
van het begrip dissociatieve stoornis in de DSM ontstond er ook
behoefte om eenduidig en betrouwbaar te kunnen diagnostiseren
aan de hand van symptomen en criteria. Vele pogingen zijn gedaan
om zulke diagnostische criteria (ook wetenschappelijk verantwoord)
vast te leggen. Verreweg het belangrijkste instrument is inmiddels
de SCID-D test geworden, die in tal van onderzoeken is gevalideerd.
De SCID-D is uit het Engels in verschillende talen vertaald, waaronder
in het Nederlands (door Boon en Draijer).
De test bestaat uit een aantal delen
die betrekking hebben op algemene medische en psychiatrische aspecten,
dissociatieve symptomen, en verbaal en non-verbaal gedrag. Scores
worden gegeven in de niveaus afwezig, licht, matig of ernstig.
Het algemene deel is ondermeer belangrijk omdat de dissociatieve
symptomen niet mogen worden veroorzaakt door andere oorzaken zoals
alcohol- of drugsgebruik.
Het deel met betrekking tot dissociatieve symptomen is verdeeld
in vijf symptoomcategorieën: amnesie, depersonalisatie, derealisatie,
identiteitsverwarring, en identiteitswijziging/fragmentering.
Bepaald verbaal en non-verbaal gedrag (trance-achtige toestand,
praten over zichzelf in de derde persoon, duidelijke en emotionele
reacties op specifieke vragen, taal en stijl van spreken, etc.)
is kenmerkend voor dissociatieve stoornissen; bij een diagnose
zal een hulpverlener dus ook hierop letten. Onderzoeken hebben
overigens laten zien dat zulke symptomen niet consistent door
mensen zonder dissociatieve stoornis kunnen worden geïmiteerd.
Literatuur: S. Boon & N. Draijer, Multiple personality disorder in the Netherlands - A study on reliability and validity of the diagnosis, 1993, Swets & Zeitlinger