De Dissociative
Experiences Scale (DES) is een vragenlijst met 28 vragen, bedoeld
voor zelfbeoordeling (en een eerste beoordelingscriterium
voor niet-professionals) op het ervaren van dissociatieve symptomen.
De lijst is in 1986 opgesteld door Frank Putnam en Eve Carlson,
en is bedoeld voor volwassenen (van 18 jaar en ouder).
Het verschil tussen versie 1 en versie 2 is gelegen in de scoring:
in versie 1 moest de invuller op een schaal van 0-100% met een
streepje een percentage aangeven, hoe vaak een bepaalde ervaring
wordt beleefd; om de verwerking te versimpelen (en schijnnauwkeurigheid
te vermijden) maakt versie 2 gebruik van tien gradaties van 10%.
N.B.: De
DES is geen diagnose-instrument, maar een zogenaamd screening-instrument.
Een hoge score betekent niet dat iemand een dissociatieve
stoornis heeft, maar dat het raadzaam is een professionele diagnose
te laten stellen.
De vragen op de
lijst hebben betrekking op de verschillende dissociatieve symptomen
volgens DSM-IV, naast een klein aantal "administratieve" vragen.
De DES is door vele onderzoeken vergeleken met andere (vaak meer
uitgebreide) diagnosemethodes zoals SCID-D, en wordt beschouwd
als een betrouwbaar instrument. De DES is dan ook niet alleen
in het Engels
beschikbaar, maar is in vele talen vertaald.
De score wordt bepaald
(in procenten) door de percentages voor alle vragen bij elkaar
op te tellen en de som door 28 te delen.
Op het internet is ook een Excel
spreadsheet
beschikbaar voor het berekenen van de score, waarin ook een statistische
waarschijnlijkheidsberekening is opgenomen.
Vrijwel iedereen
zal op deze lijst een aantal aspecten bij zichzelf herkennen;
daarom wordt een ondergrens voor de score gehanteerd.
Die ondergrens (cutoff score) wordt door verschillende
onderzoekers op een verschillend niveau gelegd. "Normale"
mensen scoren een gemiddeld percentage kleiner dan 10% (gemiddeld
rond de 5%); bij onderzoeken naar opgenomen psychiatrische patiënten
(aspecifiek) worden percentages rond de 15% gemeten. Een grafiek
van de verdeling van dissociatieve scores, uitgezet tegen de populatie,
laat dan ook een grote piek zien rond de 5% (d.w.z. het is een
"scheve" verdeling).
De cutoff score wordt meestal gelegd tussen ca. 25% en
35%, verschillend per onderzoeker, als het gaat om een ernstig
vermoeden van DIS of DS-NAO.
Een goed overzicht van de betekenis van de scores wordt gegeven
op de website van dr. Colin Ross.
De DES-vragenlijst
(in het Nederlands) is hieronder weergegeven; een mooie (printbare)
versie met procent-balken is te vinden op het internet bij de
Hulpgids.
Sommige mensen
realiseren zich soms ineens, als ze autorijden of ergens naar
onderweg zijn, dat ze niet meer precies weten wat er onderweg
gebeurd is.
Sommige mensen
overkomt het dat ze naar iemand luisteren en zich ineens realiseren
dat ze helemaal of gedeeltelijk niet gehoord hebben wat er net
gezegd is.
Sommige mensen
overkomt het wel eens dat ze ergens zijn, terwijl ze geen idee
hebben hoe ze daar gekomen zijn.
Sommige mensen
maken wel eens mee dat ze kleren aan hebben waarvan ze zich niet
herinneren dat zij die aangetrokken hebben.
Sommige mensen
overkomt het dat zij bij hun spullen nieuwe dingen aantreffen
waarvan ze zich niet kunnen herinneren dat ze die gekocht hebben.
Sommige mensen
maken wel eens mee dat ze worden benaderd door onbekenden die
hen met een andere naam aanspreken of volhouden dat ze hen eerder
ontmoet hebben.
Sommige mensen
hebben wel eens het gevoel alsof ze naast zichzelf staan of zichzelf
iets zien doen. Ze zien zichzelf dan alsof ze naar iemand anders
kijken.
Sommige mensen
krijgen wel eens te horen dat ze hun vrienden of familieleden
niet herkennen.
Sommige mensen
merken dat zij geen herinnering hebben aan bepaalde belangrijke
gebeurtenissen in hun leven (bijvoorbeeld van hun trouwdag of
het behalen van een examen).
Sommige mensen
worden wel eens beschuldigd van liegen, terwijl ze zelf denken
dat ze niet gelogen hebben.
Sommige mensen
maken wel eens mee dat ze zichzelf niet herkennen als ze in de
spiegel kijken.
Sommige mensen
hebben wel eens het gevoel dat andere mensen, voorwerpen en de
wereld om hen heen niet echt zijn.
Sommige mensen
hebben het gevoel dat het is alsof hun lichaam niet van hen is.
Sommige mensen
herinneren zich een gebeurtenis uit hun verleden wel eens zo
levendig, dat het net is alsof zij die gebeurtenis opnieuw meemaken.
Sommige mensen
overkomt het dat zij er niet zeker van zijn of de dingen die
zij zich herinneren nu echt gebeurd zijn of dat zij die gedroomd
hebben.
Sommige mensen
overkomt het wel eens dat ze op een vertrouwde plek zijn, terwijl
die hen vreemd en onbekend voorkomt.
Sommige mensen
kunnen wel eens zo opgaan in een film of televisieprogramma,
dat ze zich niet meer bewust zijn van wat er om hen heen gebeurt.
Sommige mensen
gaan soms zo op in een fantasie of dagdroom dat het voor hun
gevoel is alsof het werkelijk gebeurt.
Sommige mensen
merken dat ze soms in staat zijn pijn niet voelen.
Sommige mensen
overkomt het wel eens ze in de ruimte staren zonder aan iets
te denken, zich niet bewust van de tijd die voorbijgaat.
Sommige mensen
merken dat zij soms wanneer ze alleen zijn hardop tegen zichzelf
praten.
Sommige mensen
overkomt het wel eens dat zij in de ene situatie zo totaal anders
gedragen dan in een andere, dat ze bijna het gevoel krijgen dat
zij twee verschillende personen zijn.
Sommige mensen
merken dat ze in sommie situaties heel spontaan en met een verassend
gemak dingen kunnen doen, die normaal gesproken moeilijk voor
hen zijn (zoals sport, werk of sociale situaties).
Sommige mensen
overkomt het wel eens dat ze zich niet meer kunnen herinneren
of zij iets gedaan hebben of dat er alleen maar aan gedacht.
Sommige mensen
vinden wel eens bewijzen dat zij dingen gedaan moeten hebben
die ze zich niet meer herinneren.
hebben (b.v. niet meer weten of je net een brief gepost hebt
of alleen maar aan gedacht hebt dat te doen).
Sommige mensen
vinden wel eens briefjes, tekeningen of aantekeningen die zij
zelf gemaakt moeten hebben, maar waarvan zij zich niet kunnen
herinneren dat ze dit gedaan hebben.
Sommige mensen
merken wel eens dat ze in hun hoofd stemmen horen, die hun vertellen
wat ze moeten doen of die commentaar geven op de dingen die ze
aan het doen zijn.
Sommige mensen
hebben wel eens het gevoel alsof ze naar de wereld kijken door
een mist, zodat de mensen en dingen ver weg en wazig lijken.
Literatuur: S. Boon & N. Draijer, Screening en diagnostiek van dissociatieve
stoornissen, 1995, Swets & Zeitlinger.