Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst

Overgenomen uit Caleidokrant jaargang 1999 nr. 3.



Als je cliënt of patiënt bent lijkt het soms alsof de hulpverlener waarmee je te maken hebt, of de instelling waar je onder behandeling bent, alle touwtjes in handen heeft. Vaak denken mensen dat ze zijn overgeleverd aan de grillen van een ander, dat een ander over ze kan beslissen en dat ze zelf niks of weinig in te brengen hebben. Dit kan een heel vervelend gevoel geven, overgeleverd zijn aan een ander is meestal niet waar je op zit te wachten. Het geeft soms ook op een (onterechte) negatieve kijk op behandeling, behandelaar en/of instelling. En ja, hoe je het ook wendt of keert, je bent als cliënt afhankelijk van hulpverleners en het is goed dat daar door rechten en plichten van beide kanten een evenwicht in wordt aangebracht.
Steeds weer valt op dat veel mensen niet op de hoogte zijn van de rechten die je als cliënt hebt en dit is jammer, want dat kan een belangrijke invloed hebben op je (gevoel over) behandeling.

In het Burgerlijk Wetboek zijn een aantal wetten opgenomen die de rechten van cliënten regelen, onder andere de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO), de Wet op de Persoonsregistratie (WPR), de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) en de Wet Mentorschap ten behoeve van Meerderjarigen. In de komende nummers willen wij een aantal van deze, en misschien ook nog wel andere, wetten bespreken.
Voor de leesbaarheid hebben we het over cliënten, maar we bedoelen iedereen die gebruik maakt van een RIAGG, een Multi Funktionele Eenheid (MFE) van een psychiatrisch ziekenhuis of psychiatrische afdeling of van een andersoortige zorginstelling. Ook gebruiken we 'zij' in plaats van hij/zij, omdat het overgrote deel van onze lezers nu eenmaal vrouw is en het leesbaarder is om voor één vorm te kiezen.

Als cliënt heb je recht op informatie over wat er met je aan de hand is, de behandeling, de gevolgen en risico's van die behandeling en over eventuele alternatieve behandelingen. Alleen met voldoende informatie kun je goed meedenken en meebeslissen over de behandeling. De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst schrijft dit ook voor: je beslist samen met de hulpverlener wat er gaat gebeuren. Samen met de hulpverlener moet er veel besproken worden. Bijvoorbeeld over eventuele behandelingen, onderzoeken of medicijnen. Pas dan kan je weloverwogen toestemming voor een behandeling geven.

Op 1 januari 1996 is de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) in werking getreden. Deze wet regelt een aantal essentiële patiëntenrechten, zoals het recht op informatie, de vereiste toestemming voor de behandeling, het recht op inzage in het medisch dossier, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op privacy en geheimhouding. Daarnaast bevat de wet een aparte regeling voor minderjarigen en een regeling voor de vertegenwoordiging van wilsonbekwamen.
In dit artikel gaan we in op de cliëntenrechten die middels de WGBO geregeld worden.

De behandelovereenkomst / De WGBO overeenkomst

Wanneer je je als cliënt tot een hulpverleningsinstelling wendt, valt de relatie die dan ontstaat onder de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst. Hierbij wordt tussen de hulpverlener en de cliënt een overeenkomst aangegaan, die er op neer komt dat de hulpverlener zich verantwoordelijk en volgens de regels van de instelling zal opstellen en dat de cliënt de hulpverlener duidelijk en zo volledig mogelijk zal informeren en, binnen redelijke grenzen, de adviezen van de hulpverlener zal opvolgen. Een behandelingsovereenkomst zoals bedoeld in de WGBO wordt meestal niet heel expliciet gemaakt: het zijn algemene regels die gaan gelden op het moment dat een cliënt in contact treedt met een hulpverlener.
In een steeds groter wordend aantal zorginstellingen is het gebruikelijk om de behandel- dan wel begeleidingsafspraken vast te leggen in een behandelovereenkomst. Het onderscheid tussen zo'n behandelovereenkomst en de behandelovereenkomst zoals bedoeld in de WGBo is dat de behandelovereenkomst die de hulpverlener opstelt specifiek ingaat op de behandeling en begeleiding van een individuele cliënt en dat de WGBoovereenkomst algemeen geldend is. overigens zullen er vaak wel elementen uit de WGBO-overeenkomst opgenomen worden in de individuele behandelovereenkomst. Hoewel de wet spreekt over een behandelingsovereenkomst, moet dit niet al te letterlijk genomen worden. In principe vallen alle verrichtingen van een hulpverlener onder de WGBO: dus niet alleen alles wat met de genezing van de cliënt te maken heeft (onderzoeken, het stellen van een diagnose en het daadwerkelijk behandelen), maar ook alle handelingen op het gebied van verpleging en verzorging.

De hulpverlener kan, tenzij daar heel dringende redenen voor zijn, de behandelingsovereenkomst niet opzeggen. De hulpverlener mag wel weigeren bepaalde behandelingen uit te voeren als zij deze niet noodzakelijk acht of als deze in strijd zijn met haar eigen overtuiging. Een van de redenen waarom de hulpverlener de behandelingsovereenkomst kan opzeggen, is als zij van mening is dat er geen vertrouwensrelatie (meer) bestaat met de cliënt. Een andere gewichtige reden is als de hulpverlener zich zodanig persoonlijk en seksueel tot de cliënt aangetrokken voelt dat deze gevoelens een professionele houding in de weg gaan staan.

Recht op informatie

Een belangrijk punt in de WGBO is dat de hulpverlener de cliënt op duidelijke wijze, en desgevraagd schriftelijk, zal informeren over:

De hulpverlener zal bij de informatie die zij geeft moeten kijken naar de wensen van de individuele cliënt: de één wil immers alleen globaal weten wat haar te wachten staat, terwijl de andere cliënt overal het naadje van de kous van wil weten. Vaak zullen mensen niet alle informatie in een keer kunnen onthouden. De hulpverlener dient daarom ook na te gaan wat de cliënt heeft begrepen en welke informatie nog een keer herhaald zal moeten worden. Het helpt natuurlijk wel als de cliënt zelf ook vragen stelt en aangeeft wat zij niet begrepen heeft.
Als de hulpverlener verwacht dat het verstrekken van deze informatie ernstig nadeel voor de cliënt oplevert, mag de hulpverlener de cliënt bedoelde informatie - tijdelijk - onthouden (de hulpverlener beroept zich dan op "therapeutische exceptie"). De hulpverlener moet dan wel eerst met een andere hulpverlener overleggen. Het kan ook zijn dat de cliënt duidelijk aangeeft dat zij geen informatie wil. De hulpverlener moet deze wens dan respecteren, tenzij het belang dat de cliënt daarbij heeft niet opweegt tegen het nadeel dat daaruit voor haarzelf of anderen kan voortvloeien.

Toestemming

Voor de behandeling is de toestemming van de cliënt vereist. Bij verrichtingen die niet van ingrijpende aard zijn, mag de toestemming van de cliënt worden verondersteld. Toestemming blijkt dan bijvoor beeld uit de medewerking van de cliënt. Voor verrichtingen die wel van ingrijpende aard zijn moet de hulpverlener uitdrukkelijk toestemming vragen. In de WGBO staat dat op verzoek van de cliënt de hulpverlener de toestemming schriftelijk moet vastleggen, maar in de praktijk vragen hulpverleners bij bepaalde behandelingen (bijvoorbeeld elektroshock) ook zelf om een schriftelijke bevestiging (een handtekening) van de toestemming.

Veel mensen denken dat als zij eenmaal toestemming tot behandeling hebben gegeven, zij niet meer van mening mogen veranderen. Dit is niet zo; de cliënt kan altijd haar toestemming intrekken en de hulpverlener moet dan samen met de cliënt naar een alternatieve behandeling zoeken.
Alleen in acute noodsituaties is behandeling zonder toestemming mogelijk. De cliënt kan schriftelijk vastleggen dat zij de toestemming voor een bepaalde behandeling weigert. De cliënt kan dit doen als zij bij tijden niet in staat is om de eigen belangen te behartigen en zij vreest dat er juist in die periode een bepaalde behandeling op haar toegepast zal gaan worden. De cliënt moet zo'n schriftelijke wilsverklaring opstellen als zij wel in staat is tot een redelijke waardering van de eigen belangen. De hulpverlener moet uiteraard wel op de hoogte zijn van het bestaan van deze wilsverklaring.
Nog beter is het als de cliënt deze wilsverklaring samen met de hulpverlener opstelt: op deze manier wordt allereerst voorkomen dat de wilsverklaring niet aan een aantal basiseisen voldoet, en ten tweede wordt door het samen opstellen van de wilsverklaring voor beiden duidelijk hoe de ander over bepaalde kwesties denkt. De hulpverlener weet dan precies wat de cliënt wel of niet wil (en hoeft daar niet naar te raden) en de cliënt kan erop vertrouwen dat de hulpverlener de wilsverklaring zal respecteren.

Het dossier

De hulpverlener is verplicht een dossier aan te leggen met betrekking tot de behandeling, begeleiding en verzorging van de cliënt. In dit dossier houdt de hulpverlener bij hoe het gaat met de gezondheid van de cliënt en hoe de behandeling verloopt. Daarnaast dienen de andere stukken met zulke gegevens over de cliënt ook in het dossier te worden opgenomen. De behandelaar of de instelling is verplicht je inzage te geven in je dossier, binnen drie maanden na je aanvraag.
Het dossier is niet in eerste instantie voor jou geschreven. Gebruikte termen zijn niet altijd meteen duidelijk en meningen van je behandelaar kunnen behoorlijke emoties oproepen. Het kan dus zinnig zijn te zorgen dat er iemand bij je is of dat je direct na het lezen bij iemand, bijvoorbeeld je behandelaar, terecht kunt voor een na-gesprek. Als het dossier informatie bevat over anderen, bijvoorbeeld familieleden, dan is dat deel uiteraard niet ter inzage. Ook persoonlijke werkaantekeningen vallen niet onder het inzagerecht. Hiervoor geldt namelijk dat ze nooit door iemand anders dan degene die ze heeft opgetekend zelf mogen worden ingezien en gebruikt, dus ook niet door collega's.

Bij grotere instellingen bestaat het dossier vaak uit meerdere delen. Vraag dan ook altijd uitdrukkelijk om alle delen van het dossier. Je hebt, behalve het recht op inzage, ook recht op het toevoegen van een eigen verklaring, recht op een kopie van het dossier en recht op vernietiging van het dossier. Deze rechten zijn niet absoluut, dat wil zeggen dat er voorwaarden en uitzonderingen aan verbonden kunnen zijn. De behandelaar en/of instelling beheren het dossier, het is niet jouw eigendom. Je kunt het originele dossier dus niet meenemen.

Niet altijd wil iemand over alle beschikbare informatie beschikken. Het is denkbaar dat zij bijvoorbeeld liever niet op de hoogte wil zijn van alle mogelijke risico's van de behandeling. En het is ook niet altijd in het belang van de cliënt om de waarheid over diagnose en prognose voorgeschoteld te krijgen. Het is overigens niet verbazingwekkend dat op dit punt grote problemen zijn gerezen, omdat "het belang van de cliënt" een argument is dat te pas en te onpas kan worden gebruikt om niet te informeren.

De bewaartijd voor de gegevens in het dossier is tien jaar, te rekenen vanaf het tijdstip dat de gegevens zijn vervaardigd. Uiteraard kunnen de gegevens uit het dossier langer bewaard worden, als daar reden toe is.
 
Als je je dossier in wilt zien, is het belangrijk dat je je van tevoren af vraagt wat je ermee wilt bereiken. In de praktijk is gebleken dat vaak ontevredenheid een belangrijke reden is. Als je het niet eens bent met je behandelaar of ergens over twijfelt, dan is het zinniger om dat te bespreken. Inzage in je dossier lost twijfels over en problemen met de behandeling niet op.

Privacy

De cliënt heeft recht op bescherming van haar privacy en van de persoonlijke gegevens die in het contact met de hulpverlener aan de orde komen. Zonder (uitdrukkelijke) toestemming van de cliënt mag de hulpverlener geen informatie over de cliënt of inzage in het dossier aan anderen verstrekken, tenzij de wet daartoe verplicht.
Een voorbeeld van zo'n wettelijke verplichting is het, volgens de Wet BOPZ, moeten melden van (dwang-) middelen en maatregelen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Deze toestemmingsvereiste geldt niet voor informatieoverdracht aan degenen die rechtstreeks betrokken zijn bij de behandeling en aan degene die optreedt als vervanger van de hulpverlener.

Voor wetenschappelijk onderzoek of voor statistiek kunnen zonder toestemming van de cliënt gegevens of inzage worden verstrekt als die volledig anoniem zijn. En dan kan het alleen als:

  1. het onderzoek van algemeen belang is
  2. het onderzoek niet zonder de deze gegevens uitgevoerd kan worden
  3. de betrokken cliënt niet schriftelijk uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt tegen het doorgeven van anonieme gegevens. Dit moet dan ook in het dossier vermeld zijn.

In verband met de bescherming van de privacy schrijft de WGBO voor dat de behandeling buiten de waarneming van anderen plaatsvindt, tenzij de cliënt hiervoor nadrukkelijk toestemming heeft gegeven. Dit betekent bijvoorbeeld dat de gesprekken die de cliënt met de hulpverlener heeft, niet door anderen gehoord kunnen worden. Maar het betekent bijvoorbeeld ook dat de hulpverlener aan de cliënt toestemming moet vragen voor het gebruik van een zogeheten one-way-screen.