U bent niet ziek, u lijdt

Ik zit op de bank in mijn tuin. Een pril moment van verwondering, over mijzelf. Zojuist heb ik besloten dit boek zelfstandig uit te geven. Zelf! Omdat mijn verhaal dan wordt zoals ik het heb bedoeld en niet zoals een uitgever het wil hebben.

Op de tafel ligt nog de brief die vanochtend bij de post zat. 'Het spijt ons zeer maat uw verhaal is te specialistisch.' De uitgever wil een hardere introductie die de kern weergeeft van mijn eerste boek: 'De 147 personen die ik ben'. Ik moet van hem 'nog eens duidelijk het moment aangeven waarop in mijn jeugd iets is geknapt.' Aardige man dat wel, maar hij begrijpt niet wat hij vraagt. Uitgevers gaan uit van een lezersmarkt en verlangen dat ik mij daar naar voeg.

Als MPS of DIS-patiënt mat 147 alters was k een bijzonder geval, interessant voor de media en lucratief voor de uitgever. Nu ik mijn verhaal wil vertellen over het trieste falen van de therapeutische hulpverlening en hoe ik mij daar doorheen heb gevochten, haken uitgevers af. Zij vinden dit onderdeel van het hele proces een stuk minder interessant. Ze zien niet de duizenden die net als ik jarenlang shoppen van de ene naar de andere instantie en hoe goed het is dat wij elkaar onze verhalen vertellen.

Uitgevers en media willen hun bijzondere geval terug. Zij gaan niet mee in mijn ontwikkeling, maar willen me in een bepaalde rol. 'Geef nog eens het moment aan waarop in je jeugd iets is geknapt.' Mijn god, wat willen ze horen? Weer iets over incest? Of over de tirannie van een vader die mij niet accepteerde zoals ik was en die mij constant liet falen? En moet ik me dan voor de zoveelste maal binnenstebuiten keren zodat iedereen nog eens kan denken: ach, wat erg? Er is genoeg gezegd en geschreven over die hele shitzooi. Ik wil de persoon die ik nu ben geen geweld aandoen door in een rol te stappen en dienstbaar te zijn aan zoiets als 'lezersmarkt'. Dat zou immers hetzelfde patroon zijn: aanpassen en splitsen om te overleven.

Bij het uitkomen van 'De 147 personen die ik ben' waren er nog 27 alters over. Het verhaal over hoe het met hen verder is verlopen valt samen met mijn bewustwording van de onnoemelijk diepe put waarin de therapeutische hulpverlening zich afspeelt. Veel hulpverleners zullen het beste voorhebben en cliënten werken zich uit de naad. Maar het hele systeem met zijn vastgeroeste patronen, starre hiërarchie, instituutsbelangen, competentiestrijd tussen deskundigen, geloofsstrijd tussen psychiaters en psychologen, blijft onveranderd in die put. En wie een behandeling doorloopt zit daarna vaak nog steeds op de bodem.

Ik denk dat het mij is gelukt om uit dat zuigende gat te kruipen en ik wil dat verhaal vertellen aan al die anderen die het meestal uitzichtloze vechten aan lijf en ziel ondervinden.

Dit is het verhaal dat ik koester. Het balt zich samen in een hartekreet: 'U bent niet ziek, u lijdt.'

Ik zit in mijn tuin. De zon zet de bloemen in laaiende kleuren en ik voel haar warmte op m'n huid. Ik hoor de geluiden uit de wijde omgeving en versta ze allemaal. Geluk doorstroomt de diepste vezels van mijn lijf. Ik ben! Heel compleet, maar durf me bijna niet te veroeren; zo teer is dit nieuwe, het mag niet vluchten.

Liz Bijnsdorp