DSNAO - Dissociatieve Stoornis Niet Anderszins Omschreven
Inleiding
De dissociatieve stoornis - niet anderszins omschreven - is de zogenaamde "restcategorie" zoals de DSM-IV die voor alle stoornissen definiëert.
Dat houdt in dat die diagnose wordt gesteld wanneer er wel sprake is van een dissociatieve stoornis, maar waarbij niet aan alle voorwaarden wordt voldaan om iemand in een van de vier "standaard" categorieën in te delen.
Ook komt het voor dat bij het diagnosticeren nog niet voldoende duidelijkheid over sommige aspecten kan worden verkregen; in zo'n geval kan iemand tijdelijk de diagnose DSNAO krijgen, die veelal later wordt omgezet in bijvoorbeeld de diagnose DIS.
De DSM-IV definiëert de categorie als volgt: het belangrijkste kenmerk is een dissociatief symptoom (dat wil zeggen een verstoring van de gewoonlijk geïntegreerde functies van bewustzijn, geheugen, identiteit of waarneming van de omgeving) dat niet voldoet aan de criteria voor een specifieke dissociatieve stoornis.
Voorbeelden
Tot de voorbeelden horen:
Beelden die lijken op de dissociatieve identiteitsstoornis maar die niet voldoen aan alle criteria voor deze stoornis (bijv. geen twee of meer scherp vanelkaar te onderscheiden identiteiten of persoonlijkheidstoestanden; geen amnesie voor belangrijke persoonlijke gegevens).
Derealisatie niet vergezeld door depersonalisatie bij volwassenen.
Dissociatieve toestanden, die voorkomen bij personen die langdurig en intensief onderworpen waren aan gedwongen intense beïnvloeding (bijv. hersenspoeling, heropvoeding of indoctrinatie als gevangene).
Dissociatieve trancestoornis: eenmalige of episodische stoornissen in het bewustzijn, identiteit of geheugen die op bepaalde plaatsen en culturen inheems zijn. Bij dissociatieve trance is er sprake van een vernauwing van het besef van de directe omgeving of stereotiepe gedragingen of bewegingen die beleefd worden als buiten de eigen controle te liggen. Bij bezetenheidstrance is er sprake van de vervanging van het normale besef van de eigen identiteit door een nieuwe identiteit, hetgeen toegeschreven wordt aan de invloed van een geest, macht, godheid, of ander persoon en gaat samen met stereotiepe 'onwillekeurige' bewegingen of amnesie. Tot de voorbeelden horen amok (Indonesië), bebainan (Indonesië), latah (Maleisië), pibloktoq (Noordelijke poolstreken), ataque de nervios (Latijns-Amerika) en bezetenheid (India). De dissociatieve stoornis of trancestoornis is niet een normaal fenomeen van een breed geaccepteerd collectief cultureel of religieus gebruik.
Verlies van bewustzijn, stupor of coma niet toe te schrijven aan een somatische aandoening.
Ganser-syndroom: het geven van 'er-net-naast-antwoorden (bijv. 2 plus 2 is 5), voor zover het niet samengaat met dissociatieve amnesie of dissociatieve fugue.
Behandeling
De behandeling van DSNAO vertoont doorgaans veel overeenkomsten met die van DIS, hoewel er ook individuele verschillen voorkomen omdat de kenmerken nogal uiteen kunnen lopen.